Kukishin-ryû was ooit een compleet krijgssysteem, dat was onderverdeeld in Dai no Hyôhô (大の兵法) en Shô no Hyôhô (小の兵法). Dai no Hôhô omvat krijgsmethodes op grote schaal, zoals slagveld strategie, bouw van fortificaties, het verzamelen van inlichtingen, astronomie etc. In Kukishin-ryû worden deze technieken inmiddels niet meer actief doorgegeven; ze bestaan alleen nog als kuden (mondelinge overlevering) of in geschrift. Zo zijn er binnen de familie van Kuki soke bijvoorbeeld teksten overgeleverd over geheime verkenningsmethoden, maar ook technieken van zwemmen en paardrijden te water, die nog uit de tijd van Kumano Suigun stammen.


Shô no Hyôhô behandelt krijgsmethoden op het persoonlijke niveau; het bujutsu.

Kukishin-ryû is een traditionele kobudo ryûha. Er wordt getraind in kleine groepjes en de kennisoverdracht vindt plaats door middel van kata beoefening. Binnen Kukishin-ryû worden tegenwoordig nog taijutsu, bôjutsu, kenpo, naginatajutsu, sôjutsu en hanbôjutsu beoefend.


Taijutsu (体術): Volgens de overlevering is het taijutsu (jujutsu) gesystematiseerd door de zevende soke Kuki Kiyotaka. Op verschillende momenten in de geschiedenis van de ryû zijn er contacten geweest met Takagi-ryû en deze wederzijdse invloed is nog duidelijk terug te zien in met name taijutsu. Een kenmerk van Kukishin-ryû taijutsu is het gebruik van stoten en trappen om atemi punten aan te vallen. Het taijutsu bestond oorspronkelijk uit technieken die effectief waren in het gevecht in harnas, maar ten tijde van de Tokugawa-periode is het, zoals in de meeste koryu, geëvolueerd naar vormen voor praktische zelfverdediging. (In de kuden bestaat nog wel een overlevering (de Gôhô no den, 剛法の伝) over de oude manier van geharnast vechten.) Onderdeel van de taijutsu is ook teppan-nage (鉄板投げ), het werpen van (7,5cm x 7,5cm vierkante) stalen plaatjes.

Teppan


Bôjutsu (棒術): In Kukishin-ryû wordt gebruik gemaakt van drie staflengtes, rokushaku bô (180cm), hanbô (90cm) en tanbô (24cm). Rokushaku bô symboliseert Kukishin-ryû wellicht het best; het was met dit wapen dat de grondlegger Yakushimaru Ryujin, nadat het blad van zijn naginata (of speer) was afgehakt, de vluchtende keizer Godaigo bijstond. Bôjutsu vormt het grootste gedeelte van de stoktechnieken. Hanbô wordt als aparte discipline beoefend. Tanbô technieken worden op hoger (kaiden) niveau onderwezen. Ze heten officieel Sensudori (扇子捕, sensu is waaier), maar er bestaat in de Taijutsu ook een serie onder de naam tessenjutsu (鉄扇, tessen, ijzeren waaier) met een andere afmeting en een andere uitvoering. Voor een filmimpressie van de mokuroku kata Tsuru no Issoku, klik hier.


Kenpô (剣法): in tegenstelling tot de meeste andere koryu, wordt in Kukishin-ryû wordt in plaats van kenjutsu het woord kenpô gebruikt om de zwaardvormen aan te geven en hoewel de bô over het algemeen beschouwd wordt als het meest representatieve wapen van de school, neemt het zwaard ook een prominente plaats in. Zo handelt een belangrijke tekst met betrekking tot de fundamentele filosofie van de ryû, de Tenshin Hyôhô Shinken Kakkiron (天真兵法心剣活機論) over de ultieme geesteshouding in kenpô.

Tenshin Hyôhô Shinken Kakkiron


Onderdeel van de kenpô technieken is tôkenjutsu (投剣術), het werpen van zwaard, mes of shuriken.

Shuriken



 


Naginatajutsu (薙刀術): De naginata zou een centrale plaats hebben gehad in de vecht-methodes van de Kuki clan in de tijd voordat Yakushimaru Ryujin deze reorganiseerde tot Kukishin-ryû (toen Shinden Fujiwara Musô-ryû (神伝藤原無双流) genaamd) en het vormt de oorsprong van het bôjutsu. Er wordt gebruik gemaakt van een naginata van 225cm lang, met een klinglengte van 21cm. Het wapen wordt op veel manieren ingezet, waaronder technieken om de rug van de kling om nek of pols van de tegenstander te haken om hem naar de grond te brengen. 

Oefenwapens: yari, naginata, tachi en hanbo


Sôjutsu (槍術): Kukishin-ryû maakt gebruik van een speer van 270cm lang, met een kling van 36 tot 45cm. In tegenstelling tot veel andere ryûha waarin de speer alleen wordt gebruikt om te steken, is Kukishin-ryû sôjutsu zeer gevarieerd en worden beide uiteinden van het wapen ingezet.


Hanbôjutsu (半棒術): Volgens de overlevering is het hanbôjutsu in Kukishin-ryû opgenomen aan het begin van de Edo periode. De technieken zouden zijn geformuleerd door Kuriyama Ukon (栗山右近), wiens korte speer tijdens de slag om Nagashino (waarin hij deelnam aan de kant van Oda Nobunaga) door zijn tegenstander Takeda generaal Suzuki Katsuhisa (鈴木勝久)  in tweeën werd geslagen. Doorvechtend wist hij zijn tegenstander met de overgebleven korte stok alsnog te verslaan. Technisch gezien bevat hanbôjutsu elementen van taijutsu, bôjutsu, korte speer en zwaard.


Binnen dit uitgebreide systeem zijn er ook technieken die pas worden aangeleerd als de student een bepaald niveau heeft behaald. Deze technieken staan bekend als de Hiden mokuroku (秘伝目録, lijst van geheime overdracht). Voorbeelden van technieken die op hoger niveau worden overgedragen, zijn toritsuki (gevecht tegen meerdere tegenstanders), shinkatsu bô (ontsnapping uit  het gevangen worden gehouden met meerdere bô’s) en hayanawa (een hojojutsu bindingstechniek).


Instructie vindt in Kukishin-ryû plaats in drie categorieën van kata: Keiko honden gata (稽古本伝形), Keikobetsuden gata (稽古別伝形) en Menkyo sôden no kata (免許相伝の形). Keiko honden gata (ook wel Keikogata of Honden kata genaamd) bevatten de omote en ura vormen en het zijn de kata die het meest worden getraind tijdens de reguliere keiko. De Keikobetsuden gata bevatten henka vormen die men aanleert als men de Honden kata beheerst. Menkyo sôden no kata  belichamen de werkelijke intentie achter de technieken. Ze bestaan uit de Menkyo no kata (ook wel Shin no kata (真の形, ware kata) genoemd die worden aangeleerd voor men aan een volgend niveau begint, en de Sôden no kata, die worden geïnstrueerd vanaf Kaiden niveau. (Voor een overzicht van de Honden gata, zie hier: Mokuroku.pdf.)


Kukishin-ryû is opgebouwd uit zes niveau’s: Omote, Chûgokui, Gokui, Okugi, Kaiden en Shinan Menkyo Hihô. Het eerste niveau is hierbij verdeeld in twee delen: Omote Maezuke en Omote Nochizuke.


De eerste vijf niveau’s corresponderen met de filosofie van de Vijf Letters (zoals die door de 7e soke Kuki Kiyotaka is opgetekend in de tekst Tenshin Hyôhô Taijutsu Kakkiron):

Gô    () kracht       (Omote )

Ri     () techniek    (Chûgokui 中極意)

Hô    () principe     (Gokui 極意)

Chi   () wijsheid     (Okugi 奥義)

Shin () het goddelijke (Kaiden 皆伝)

Deze principes leggen in elk niveau een andere nadruk op de training.


Graduering vindt plaats aan het eind van elk niveau. Na het eerste deel van Omote, Omote Maezuke, ontvangt de beoefenaar een certificaat (Kirigami 切紙); hierna zijn het densho (伝書).

Kirigami en densho


           

           VORIGE       TOP       VOLGENDE