Nadat hij van zijn vader Shugendo (bergascetisme) had geleerd, vertrok de grondlegger van Kukishin-ryû Yakushimaru Ryushin naar Kyoto om esoterisch boeddhisme te bestuderen. In de Kurama-dera tempel ten noorden van de hoofdstad (Noot 1) trainde hij verder krijgskunst en Onmyodo en bekwaamde hij zich in kuji hihô. Deze geheime techniek zou hij hebben gebruikt in zijn treffen met de aanhangers van de Ashikaga op de Kuragari-pas, toen hij Keizer Godaigo in veiligheid probeerde te brengen. Dat deze spirituele achtergronden nog steeds deel uitmaken van Kukishin-ryû, blijkt onder andere uit het feit dat de Kurama Sojobo Hyoho Kuji (鞍馬僧正坊兵法九字) nog steeds als begroeting aan het begin van een training wordt gebruikt. Uit documenten die in bezit zijn van de Kuki familie (Noot 2) valt op te maken, dat de kennis van de clan berustte op drie peilers: naast Kukishin-ryû kobudo zijn dat Kumano Shugendo en Koshinto.

Yoshino yamabushi op weg naar Omine-san


Shugendo

Kumano-Yoshino is een berggebied ten zuiden van Nara, dat vanaf de vroegste tijden belangrijk is geweest in het religieuze denken van de Japanners. De drie grote, dicht bij elkaar liggende schrijnen Hongu Taisha, Hayatama Taisha en Nachi Taisha werden vanaf de 11e eeuw belangrijke bedevaarts-bestemmingen. Het Reine Land van de bodhissatva Kannon zou in de oceaan oostelijk van Nachi gesitueerd zijn en ten noorden liggen het Shingon tempelcomplex Koya-san en het centrum van het Zuidelijke Hof Yoshino. Vanaf de middeleeuwen werd het hele berggebied “gemandaliseerd”, waarbij de toppen werden geassocieerd met boeddhistische godheden en kami. Bergasceten genaamd yamabushi (“zij die in de bergen slapen”) trokken dit gebied in om zich over te geven aan aan religieuze training als vasten, recitatie en meditatie.


Seigantôji tempel (Nr.1 van de Saikoku 33    Kannon pelgrimage), gesitueerd naast de Nachi Taisha. Op de achtergrond de Nachi no Otaki, de hoogste waterval in Japan.



         Ingang tot Kumano Hongu Taisha  

 


Kumano pelgrimage mandala


Koshinto

Al voor Yakushimaru’s tijd diende zijn familie, toen nog afstammelingen van een tak van de Fujiwara, in Kumano als betto (toezichthouders) voor de schrijnen in het gebied. Tot op deze dag bekleedt de soke nog steeds een hoge positie in de Hongu Taisha schrijn. Vanaf de 17e eeuw nam de martiale invloed van de Kuki af en legde de clan zich steeds meer toe op Nakatomi Shinto, waarvan de grote hoeveelheid materiaal in de Kuki archieven een bewijs is.

De 26e soke Kuki Takaharu doceerde in Tokyo in de jaren 20 (van de 19e eeuw) een koshinto cursus genaamd Onakatomi Jingi Shinpo Girei Kyoshu (大中臣神祇神法儀礼教修), toen hij in contact kwam met Ueshiba Morihei. De vriendschap die hieruit ontstond, werd gestimuleerd door een gedeelde interesse in koshinto (Noot 3).

Kumano Gôô Shimpu


De band met de Kuki familie en haar betrokkenheid bij de Hongu schrijn wordt door de ryû in ere gehouden met een jaarlijkse budo demonstratie op het terrain van de schrijn. Voor een impressie van de 24e Kumano Hongu Taisha Hônô Embu (2016), zie hier. Voor de 25e embu (2017), zie hier.


           VORIGE    TOP    VOLGENDE